Handreikingen

Voor een samenhangende aanpak

Inzichten onderzoek

We zien in de regiopraktijk een brede invulling van samenhangende aanpak ten behoeve van de energietransitie, waarbij een bottom-up benadering, vraag- en aanbodbundeling, sterke overkoepelende governancestructuur en actief ecosysteem veelal als belangrijke pijlers gelden.

Samenhang of samenhangende aanpak is in de context van Human Capital programma's voor de energietransitie niet éénduidig te bepalen. Het kent verschillende dimensies zoals:

  • Informatie- en kennisdeling (afstemming)
  • Delen van best-practices en aanpakken
  • Gekoppelde inzet van financieringsinstrumenten (financial engineering)
  • Gezamenlijk indienen van voorstellen voor financiering
  • Gebruik van gezamenlijke (lab)faciliteiten
  • Gezamenlijke onderwijsontwikkeling en -vernieuwing
  • Gezamenlijk opleidingspakket aanbieden (vooral arbeidsmarktgericht ontsluiten)
  • Gezamenlijke ecosysteemontwikkeling

Inzichten uit de regioportretten

De regionale casuïstiek wijst op het belang van een integrale aanpak zowel qua governance (afstemming met de juiste aggregatieniveaus binnen de regio) als qua inhoud (economie, onderwijs, sociaal/arbeidsmarkt) en wordt door verscheidene regionale programma's en enkele provincies gezien als belangrijke voorwaarde voor het realiseren van samenhang in beleid en uitvoering, evenals het verminderen van de versnippering in de regio. Omdat maar enkele provincies tot dusver specifiek HC-beleid voeren gericht op de energietransitie, valt hier nog de nodige winst te behalen.

De Regioportretten zien dat onder meer de regio's Noord-West, West , Oost en Brainport kiezen voor een integrale aanpak om op diverse fronten samenhang te creëren. Daarbij speelt een continue trade-off tussen bottom-up initiatieven laten ontstaan en de top-down gestuurde nationale financieringsprogramma's.

De huidige administratieve lastendruk (met name verantwoordingsverplichtingen) en de regels ten aanzien van inzet van financiële middelen, zoals die in de regio's wordt ervaren, leidt tot een roep om meer 'speelruimte' en vrije experimenteerruimte voor de industriële clusters en (onderwijs)programma's.

De regiopraktijk leert ons dat een samenhangende aanpak toch bovenal mensenwerk blijft. De inzet van liaisons (goede netwerkers die midden in de regio staan) blijkt dan ook goed te werken, maar deze zijn helaas niet voor alle programma's voorzien of voorhanden.

Inzichten uit de succesverhalen

HCCE, SEECE, CHILL en Green Tech Campus laten zien dat regionale initiatieven oog hebben voor een samenhangende aanpak, waarbij in toenemende mate de landelijke instrumenten JTF, LLO Katalysator, Opschaling PPS'en Beroepsonderwijs en GroenvermogenNL naast elkaar worden ingezet. Dat geldt in mindere mate voor Npuls en AiNed.

Er zit nog meer potentie in de samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfleven. HCCE, CHILL en Green Tech Campus, maar ook Brainport tonen hier wel mooie resultaten en laten het belang zien van een goed werkend ecosysteem, waarin marktpartijen bereid zijn mee te werken en mee te investeren. Dit verlaagt de druk om telkens de co-financiering rond te krijgen.

Wij zien we mechanismen als learning communities, skillsbased onderwijs, hybride leeromgevingen, microcredentials, campusontwikkeling en ecosysteemontwikkeling steeds meer worden toegepast door regionale initiatieven, zoals ook uit de vier voorbeeld cases naar voren kwam.

Initiatieven zoals HCCE zien in dat er 'uit dezelfde vijver wordt gevist' bij werving en scholing en zetten zich daarom sterker in voor bundeling van initiatieven.

Naast goede afstemming, integrale inbedding en gewenste / passende randvoorwaarden is het nu vooral zaak echt toe te komen aan uitvoering.

Lees alle inzichten in de Lessons Learned

Beleidstheorie landelijke programma's

Voor het in kaart brengen van de mogelijke samenhang van de zes nationale programma's is een gezamenlijke beleidstheorie opgesteld. De beleidstheorie beoogt een logische samenhang te geven van de verschillende nationale instrumenten en toont de gezamenlijke impact (het uiteindelijk doel) van de programma's op het arbeidsmarktvraagstuk van de energietransitie. De visualisatie van de beleidstheorie geeft vormen en voorbeelden van logische samenhang en samenwerking aan en is daarmee een behulpzaam instrument bij vormgeving en inrichting van nieuwe programma's en projecten.

Hierbij hebben we onder andere gekeken hoe deze programma's ingrijpen op de leerweg- en loopbaanontwikkeling en de keuzemomenten die daaraan gekoppeld zijn. Op het gebied van HC zien we dat alle programma's met activiteiten en projecten inzitten op onderwijsontwikkeling en opleidingen, gevolgd door zij-instroom en verticale ontwikkeling. Als het gaat om het beïnvloeden van de keuze bij studenten voor werken in de energietransitie zijn de programma's daar het minste op gericht (zie onderstaand figuur):

Voor een compleet beeld van daadwerkelijke werking van de samenhang op projectniveau is verdergaand onderzoek nodig. De beleidstheorie van de programma's bevindt zicht in de oplegrapportage van dit onderzoek, deze is aan te vragen bij Dialogic.