Samenhang in

Regio Zuid-Oost

Download PDF

De regio Zuid-Oost (Limburg) kent – sterker dan andere regio's in Nederland – krapte op de arbeidsmarkt, onder andere vanwege de grensligging en het imago als woon- en werkgebied. Tegerlijkertijd speelt de overgang naar groene chemie een belangrijke rol, mede vanwege de sterke industriële basis van de regio. Chemelot, één van de grootste petrochemische industrielocaties in Europa, is hierin essentieel. Dit industriële cluster genereert maar liefst 30% van het Limburgse Bruto Binnenlands Product (BBP) en biedt werkgelegenheid aan 8.000 mensen direct op de locatie en nog eens naar schatting 16.000 daarbuiten.

Belang voor samenhang: de knelpunten in de regio

    Bevolkingskrimp

    Aankomende pensioengolf

    Imago

    Moeite met aantrekken studenten van buiten de regio

Ambitie

In het kader van JTF beogen de projecten van GroenvermogenNL circa 3.500 werknemers bij- en om te scholen, 180 docenten te professionaliseren, een instroom van 1.000 nieuwe werknemers naar de groene chemie te realiseren en 100 bedrijven te begeleiden in de transitieopgaven.

Samenhang in de regio

In het speelveld van verschillende programma's en fondsen is onderscheid te maken tussen twee aanpakken:

  1. Gecoördineerde aanpak: gezamenlijk gedragen projecten
    • #Hoe?Zet mechanisme op dat helpt om door het proces van idee tot project te koemen (bijv. Innovation funnel)
    • #Hoe?Faciliteren van overleg en samenwerking tussen regionale partijen en externe begeleiding bieden (bijv. Chemelot Circular Hub)
  2. Samenhangende aanpak: stapelen van programma's (zoals JTF, Opschaling PPS Beroepsonderwijs, LLO Katalysator, enzovoort)
    • #Hoe?De mogelijkheden tot stapelen wordt in de regel op projectniveau verkend (bijv. binnen de Learnig Community van CHILL)
    • #Hoe?Via onder andere het Opschaling PPS-programma SNEL wordt de verbinding gezocht tussen bestaande PPS'en in Limburg.
Lees meer over de samenhangende aanpak

Succesvolle voorbeelden in het kort

CHILL (Chemelot Learning & Innovation Labs) streeft naar circulair leven, werken en ondernemen. De organisatie hanteert daarbij nadrukkelijk het uitgangspunt van het denken in collectieven en communities. Binnen de ecosystemen kunnen studenten met docenten en opdrachtgevers uit het bedrijfsleven samenwerken om innovatievraagstukken op te lossen.

SNEL (Samenwerkend Netwerk van Ecosystemen in Limburg) markeert voor de regio een startpunt om samenwerking op de gebieden 1) verduurzaming, 2) digitalisering en 3) innovatie stevig te verankeren in deze regio en een boost te geven aan de Circulaire Economie in Limburg.

Doe-lab Zuid-Limburg is opgezet om onderzoekend en ontwerpend leren in het onderwijs te ondersteunen in de Westelijke Mijnstreek. Het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en bedrijfsleven werken in deze proeftuin samen om antwoorden op onderzoeksvragen te vinden door te ontdekken en experimenteren.

Knelpunten rondom samenhang van financieringsinstrumenten

  • Het landschap van regelingen wordt als versplinterd ervaren. Er is geen gebrek aan middelen, maar die middelen zijn verdeeld over een breed scala regelingen.
  • Er is gebrek aan experimenteerruimte. Veel landelijke programma's en calls for proposals zijn vaak zo strak ingericht dat innovatieve oplossingen worden beperkt.
  • In praktijk is het integreren van meerdere programma's niet vanzelfsprekend, het vraagt tijd en inspanning van regionale partijen (duidelijkheid over de mogelijkheid om PPS Opschaling Beroepsonderwijs & JTF te combineren duurde maanden).
  • Er worden uitdagingen ervaren rondom restricties, regeldruk en administratieve lasten.

Witte vlekken in de regio

Er is behoefte aan:
  • Een flexibeler en responsiever onderwijsaanbod
  • Een betere aanpak om zij-instromers aan te trekken
  • Een sterkere organisatie van levenslang ontwikkelen in samenwerking met werkgevers

Kansen & suggesties uit de regio

  • Spitst de calls for proposal toe aan de behoeftes van de regio (responsief onderwijsaanbod, zij-instromers, LLO).
  • Geef duidelijkheid over de financieringsinstrumenten en de mogelijkheden van stapelen.
  • Er lopen relatief veel projecten met relatief weinig budget. De regio ziet liever per saldo minder projecten met relatief meer beschikbaar budget, zo kan een grotere slagkracht gecreëerd worden welk specifiek toegespitst kan worden op het aanpakken van transitieopgaven.
  • Er zijn kansen in persoonlijke begeleidingstrajecten om werklozen en werkzoekenden sneller te matchen met werkgevers.
  • Pas arbeidsbesparende maatregelen toe om de krapte te verminderen.

Succesverhalen in beeld

Elke regio heeft unieke successen geboekt door te werken aan een samenhangende aanpak. Om te kunnen leren van elkaars successen zijn er 4 succesverhalen verzameld. Deze voorbeelden laten zien hoe een samenhangende aanpak leidt tot concrete resultaten en bieden een leidraad voor iedereen die een soortgelijke aanpak overweegt.

Bekijk alle succesverhalen

Een succesvolle aanpak bij CHILL

CHILL (Chemelot Learning & Innovation Labs) is een toonaangevend initiatief dat zich richt op het verbinden van bedrijven en onderwijs in Limburg. CHILL is 50% in eigendom van onderwijsinstellingen (mbo, hbo en wo) en 50% van het bedrijfsleven. Oorspronkelijk lag de nadruk op bedrijven en studenten in de chemie en materialen, vooral rondom Chemelot. Tegenwoordig heeft CHILL een bredere thematische focus, waaronder ook bedrijfsmatige en economische vraagstukken.

De succesfactoren van CHILL
  1. Focus op 3 strategische pijlers. 1) Bright (entousiasmeren van jongeren voor techniek), 2) Innovation & learning (labs waar studenten werken aan opdrachten uit het bedrijfsleven, 3) Talent Office (verder ontwikkelen of omsholen van werkenden).
  2. Flexibiliteit en regionale relevantie. CHILL kiest voor een bottom-up aanpak waarbij er per project wordt gekeken welke programma's het beste aansluiten bij de behoeften van de regio, zonder een vooraf vastgestelde systematiek. Dit geeft ruimte om in te spelen op specifieke regionale prioriteiten.
  3. Organische groei. Bij CHILL ligt de nadruk op informele samenwerking en het benutten van elkaars netwerken. Deze aanpak voorkomt de rigiditeit die vaak gepaard gaat met formele samenwerkingsverbanden en behoudt CHILL de regie ovr zijn koers.
  4. Samen zorgen voor financiering. CHILL is zo gestructureerd dat deelnemende partijen mede zorg dragen voor cofinanciering, daarnaast zijn er commerciële inkomsten. Deze opzet stimuleert samenwerking tussen de onderwijsinstellingen en voorkomt onderlinge concurrentie.
Meer over het succesverhaal van CHILL